Kunstvoeding: hoe kies je, wat zijn de verschillen en wat is nu wél waar?
- Desiree Bobby

- 30 dec 2025
- 8 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 14 jan
Of je nu volledig flesvoeding geeft, combineert met borstvoeding of tijdelijk overstapt: bijna elke ouder komt vroeg of laat in de wereld van kunstvoeding terecht. En die wereld is… nogal druk. Verschillende merken, “comfort”-varianten, geitenmelk, lactosevrij, anti-reflux – en ondertussen hoor je van iedereen weer wat anders.
In dit artikel neem ik je stap voor stap mee:
hoe kunstvoeding is opgebouwd
welke soorten er zijn
wat nu echt het verschil is tussen merken
mythes over wisselen van merk, krampjes, lactose-intolerantie en geitenmelk
Met als basis: wetenschappelijke info en de (strenge) regels waaraan flesvoeding in Europa moet voldoen.

Samengevat
Alle kunstvoeding die in Nederland en Europa verkocht mag worden, voldoet aan strenge wettelijke eisen. Dat betekent dat alle standaard zuigelingenvoedingen veilig en voedzaam zijn voor gezonde baby’s.
De verschillen tussen merken zitten vooral in details zoals de verhouding wei/caseïne, soorten vetten en toevoegingen (bijv. prebiotica, probiotica of HMO’s). Niet in de basisgezondheid of groei van je baby.
Er bestaan verschillende soorten formules, zoals standaard zuigelingenvoeding, comfortvoeding, AR-voeding, hypoallergene voeding, lactosearme voeding en geitenmelkformule, maar deze zijn bedoeld voor verschillende situaties en behoeften.
De meeste baby’s doen het uitstekend op gewone standaardvoeding.
Alleen bij duidelijke klachten of medische redenen is een specifieke variant zinvol, en dan liefst in overleg met een professional.
Veel voorkomende mythes kloppen niet:
Wisselen van merk mag bij standaardvoeding.
Krampjes komen zelden door één bepaald merk; het darmstelsel is gewoon onrijp.
Lactose-intolerantie is zeldzaam bij jonge baby’s; lactosevrij is geen standaard oplossing.
Geitenmelk is niet hypoallergeen, niet lactose vrij en niet geschikt bij koemelkeiwitallergie.
In de praktijk kies je vooral een merk dat goed verkrijgbaar, betaalbaar en prettig in gebruik is en dat je baby goed verdraagt. Als je baby groeit, drinkt en tevreden is, zit je meestal helemaal goed. Bij twijfels, hevige klachten of onrust is het verstandig om samen met huisarts, verloskundige, kinderarts of consultatiebureau te kijken of overstappen nodig is.
Moedermelk is de biologische norm voor baby’s.
Het bevat levende cellen, antistoffen en stoffen die meeveranderen met de behoeften van je baby. Daarom proberen alle soorten kunstvoeding moedermelk zo goed mogelijk te benaderen. Maar dit is iets wat kunstvoeding nooit volledig kan namaken.
Maar in het echte leven krijgen veel baby’s (ook) flesvoeding. Soms tijdelijk, soms ter aanvulling, soms volledig, om allerlei redenen die erbij horen en oké zijn.
Daarom valt zuigelingenvoeding in de EU (en dus ook in Nederland) onder strenge, specifieke wetgeving. In deze regels staat heel precies welke ingrediënten in kunstvoeding mogen zitten, binnen welke minimum- en maximumwaardes ze moeten vallen en wat niet in kunstvoeding mag zitten.
Denk aan energie, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen, allemaal afgestemd op wat een baby nodig heeft om gezond te kunnen groeien.
Dat betekent:
Alle standaard kunstvoeding die hier verkocht wordt, is voedzaam genoeg en veilig voor gezonde baby’s.
Merken mogen binnen die marges een beetje variëren, maar niet “zomaar wat doen”.
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat één gewoon, standaard merk qua groei en ontwikkeling structureel “beter” is dan een ander, zolang ze aan de wettelijke eisen voldoen.
De basis is bijna altijd koemelk die zó is bewerkt dat het beter aansluit bij de behoeften van een baby (o.a. eiwitgehalte omlaag, andere vetten erbij, extra vitamines/mineralen).
In de basis zijn er twee soorten: zuigelingenvoeding en opvolg melk.
Standaard “eerste” zuigelingenvoeding (0–12 maanden)
Dit is de basisvoeding voor baby’s die geen borstvoeding krijgen of combi-voeding.
Gebaseerd op koemelkeiwit (meestal met meer wei dan caseïne, omdat dat lichter verteerbaar is)
Geschikt vanaf geboorte tot 1 jaar (je hóeft niet te switchen naar opvolgmelk als je baby het hier goed op doet).
Opvolgmelk (vanaf 6 maanden)
Opvolgmelk is vooral een marketingding:
Mag pas vanaf 6 maanden gegeven worden.
Uit onderzoek blijkt geen voordeel t.o.v. gewone eerste zuigelingenvoeding; je baby kan gewoon op de eerste variant blijven tot 1 jaar.
Dan zijn er een paar varianten:
Geitenmelk-based kunstvoeding
Steeds bekender, en veel ouders vragen zich af of dit “beter” of “milder” is.
Geiten- en koemelkformules moeten aan dezelfde regels voldoen en geven vergelijkbare groei en gezondheid bij baby’s.
Geitenmelkformule is niet geschikt voor baby’s met koemelkeiwitallergie: de eiwitten lijken te veel op elkaar.
Geitenmelk bevat gewoon lactose (ongeveer 4–5 g per 100 ml, net als koemelk)
Dus bij echte lactose-intolerantie blijven de klachten.
Er is geen sterk bewijs dat geitenmelk minder allergieën veroorzaakt of structureel minder krampjes geeft.
“Hongerige” voeding / extra caseïne
Deze voedingen bevatten meer caseïne (een eiwit dat langzamer verteerd wordt).
Wordt vaak verkocht als geschikt voor “hongerige baby’s” of “betere nachtrust”.
Er is geen bewijs dat baby’s hierdoor beter doorslapen of rustiger worden.
“Comfort” of gedeeltelijk gehydrolyseerde voeding
Hierbij zijn de eiwitten deels afgebroken (gehydrolyseerd), waardoor ze net iets makkelijker verteerbaar kunnen zijn.
Kan soms helpen bij wat mildere darmklachten (gas, krampjes, iets dunnere ontlasting), maar het effect is niet bij alle baby’s spectaculair.
Niet geschikt voor baby’s met een echte koemelkeiwitallergie (daar is veel verder gehydrolyseerde of aminozuurvoeding voor nodig).
Anti-reflux (“AR”) voeding
Deze voeding is ingedikt (bijvoorbeeld met johannesbroodpitmeel) zodat het minder makkelijk terugstroomt en spugen kan verminderen.
Alleen gebruiken op advies van arts/verloskundige/consultatiebureau.
Klaarmaken gaat soms iets anders dan bij gewone voeding (i.v.m. klontvorming)
Lactosevrije of lactosearme voeding
Hier is de lactose (melksuiker) (deels) vervangen door andere koolhydraten.
Belangrijk om te weten:
Echte (primaire of aangeboren) lactose-intolerantie bij jonge baby’s is extreem zeldzaam. Schattingen liggen rond 1 op 40.000–60.000 geboorten in bepaalde populaties (zoals Finland) en wereldwijd zelfs nog zeldzamer.
Meestal gaat het om tijdelijke, secundaire lactose-intolerantie na bijvoorbeeld een darminfectie: dan is lactosevrij soms tijdelijk zinvol, maar dan altijd onder medische begeleiding.
Dit is de vorm die veel volwassenen hebben. Hierbij neemt het lactase-enzym geleidelijk af na de babytijd. Klachten ontstaan meestal pas na peuter- of schoolleeftijd.
Lactosevrij is niet de standaard oplossing voor krampjes.
Hypoallergene, extensief gehydrolyseerde en aminozuurvoeding
Deze zijn bedoeld voor baby’s met koemelkeiwitallergie (CMA) of heel specifieke medische aandoeningen. Koemelk allergie komt voor bij ongeveer 2–3% van de baby’s in het eerste levensjaar. Het ontstaat meestal in de eerste 3–6 maanden en 80–90% is er vóór 3 jaar weer overheen.
Het is dus veel vaker dan lactose-intolerantie bij baby’s, maar nog steeds relatief zeldzaam.
Eiwitten zijn zó verknipt (of vervangen door losse aminozuren) dat het immuunsysteem ze minder herkent als “koemelk”.
Alleen op doktersrecept; smaken vaak bitter en zijn duur.
Plantaardige formules (soja, rijst)
Kunnen gebruikt worden bij specifieke medische redenen of dieetkeuzes, maar alleen op advies van arts.
Bij soja spelen zorgen over oestrogenen (fyto-oestrogenen), daarom internationaal vaak terughoudend gebruikt.
Verschillende merken: wat is nu echt het verschil?
Als je naar het schap kijkt, lijkt elk merk “het beste” te zijn: met speciale vetten, prebiotica, probiotica, HMO’s, extra DHA, “zoals moedermelk”…
Belangrijk om te onthouden:
Alle grote merken in Nederland/EU voldoen aan dezelfde wettelijke minima en maxima voor voedingstoffen.
De verschillen zitten vooral in:
verhouding wei/caseïne
type vetten (wel/geen palmolie, MCT’s, plantaardige oliën)
toevoegingen zoals prebiotica, probiotica, HMO’s, extra DHA/ARA
of het biologisch is
prijs, smaak en hoe je baby het verdraagt
Er is geen onafhankelijk, stevig bewijs dat één bepaald normaal merk (binnen dezelfde categorie) structureel slimmere, grotere of gezondere kinderen oplevert dan een ander.
Organisch/bio: Bio-formule is vaak een keuze op basis van landbouw/waarden (geen synthetische pesticiden, dierenwelzijn etc.), maar niet omdat de samenstelling voor de baby aantoonbaar veel gezonder is.
Je kunt dus in de basis kiezen voor elk merk volledige zuigelingenvoeding.
Veelgehoorde mythes over kunstvoeding (en wat we wél weten)
Mythe 1: “Je mag niet wisselen van merk”
Nee, dat is geen harde regel.
Je mag in principe wisselen tussen standaard zuigelingenvoedingen (zelfde categorie), zeker als je baby een merk slecht lijkt te verdragen of als andere praktische redenen meespelen (prijs, beschikbaarheid).
Baby’s hebben soms een paar dagen nodig om aan een nieuwe voeding te wennen (ontlasting, krampjes kunnen tijdelijk veranderen).
Wat je beter niet doet: elke paar dagen weer wat anders proberen “omdat er een moeilijk moment is”. Dat geeft juist onrust.
Is er veel projectiel spugen, slecht groeien, eczeem, bloed/slijm in de ontlasting of ontroostbaar huilen? Dan is het belangrijk om niet zelf eindeloos te switchen, maar met huisarts/kinderarts te kijken of er meer aan de hand is.
Mythe 2: “Krampjes komen door kunstvoeding”
Krampjes worden vaak gekoppeld aan het merk of type voeding maar dat klopt meestal niet. Krampjes horen vaak bij darmpjes die nog aan het rijpen zijn, en dat zie je net zo goed bij borstgevoede baby’s.
Wat zegt onderzoek?
Er is onvoldoende bewijs dat een gewoon, standaard merk kunstvoeding op zichzelf colic/krampjes veroorzaakt of verhelpt.
Bij een kleine groep baby’s kunnen bepaalde aangepaste formules (bijv. gedeeltelijk of extensief gehydrolyseerde voeding) huilen verminderen, maar dat betekent niet dat een specifiek A-merk “de boosdoener” is, eerder dat die baby gevoeliger is voor (koe)melkeiwit of vertering.
In de praktijk spelen vaak méér dingen mee bij krampjes:
onrijp darmstelsel
overprikkeling, moeheid
soms reflux of koemelkeiwitallergie
Kort gezegd: krampjes = meestal normaal. Niet automatisch een teken dat je voeding “fout” is of dat je moet overstappen.
Mythe 3: “Bij elke baby met krampjes is het lactose-intolerantie”
Lactose heeft een slechte reputatie, maar:
Aangeboren lactose-intolerantie is extreem zeldzaam. Deze baby’s zijn vanaf de eerste voeding flink ziek (waterdunne diarree, uitdroging, geen groei) dat is een medisch spoedgeval.
De meest voorkomende vorm bij baby’s is tijdelijke (secundaire) lactose-intolerantie na een darminfectie of andere schade aan de darmwand en dán kan lactosearme/lactosevrije voeding tijdelijk nodig zijn.
De “klassieke” lactose-intolerantie die mensen op latere leeftijd krijgen (bijv. buikpijn na melk) ontstaat meestal pas ná de peuter/kleutertijd.
Dus: de meeste jonge baby’s kunnen lactose prima aan. Krampjes zijn zelden een reden om direct over te stappen op lactosevrije voeding zonder duidelijke medische reden.
Mythe 4: “Geitenmelk is hypoallergeen / beter voor gevoelige buikjes”
Geitenmelk klinkt natuurlijk en zacht en wordt vaak zo in de markt gezet.
Wat weten we?
Geiten- en koemelk gebaseerde kunstvoedingen geven vergelijkbare groei en gezondheid bij baby’s.
De eiwitten in geitenmelk lijken sterk op die in koemelk; voor baby’s met koemelkeiwitallergie is geitenmelk geen veilige oplossing.
Er is geen overtuigend bewijs dat geitenmelk systematisch minder krampjes of minder allergie geeft. Voordeel is vooral een kwestie van individuele tolerantie of voorkeur (soms verdraagt een baby het inderdaad beter, soms juist niet).
Kies je voor geitenmelk, prima maar vanuit voorkeur, niet vanuit de belofte dat het per definitie “hypoallergeen” is.
Wanneer wél nadenken over ander merk of andere

soort?
Redenen om met een professional mee te kijken naar andere voeding:
je baby groeit onvoldoende (volgens groeicurve)
veel en heftig spugen, projectielbraken icm huilen
ontlasting met bloed/slijm
hardnekkig eczeem + andere klachten
ontroostbaar huilen, echt boven hetgeen je bij normale krampjes verwacht
Dan kan het nodig zijn om over te stappen op een andere soort (bijv. comfort, AR, hypoallergeen), tijdelijk lactosearm/lactosevrij te geven en of verder onderzoek te doen naar koemelkeiwitallergie of andere oorzaken.
Doe dit altijd samen met huisarts, kinderarts, verloskundige of consultatiebureau. Zelf “dokteren” met medische voedingen kan klachten juist verdoezelen of verergeren.
En hoe kies je dan in de praktijk?
Als je baby gezond is en geen medische indicatie heeft, kun je je keuze ongeveer zo maken:
Kies een standaard zuigelingenvoeding (0–12 mnd) van een merk dat:
goed verkrijgbaar is
financieel haalbaar is
jij qua gevoel en informatie prettig vindt
Kijk hoe je baby het er na 2 weken op doet:
drinkt hij goed, groeit hij, redelijke ontlasting, niet extreem onrustig? → gewoon laten.
twijfel je? Overleg eerst, wég van de schuld en paniek.
Pas bij duidelijke klachten of medische redenen is een andere soort (comfort, AR, hypoallergeen, lactosevrij, geitenmelk) het overwegen waard, niet als “standaard upgrade”.
Tot slot
Als je kindje kunstvoeding krijgt, weet dan: je hoeft je niet gek te laten maken. De schappen staan vol, de prijzen verschillen enorm en elk pak belooft nét iets extra’s, maar binnen de EU lijken de voedingen van binnen veel meer op elkaar dan je aan de buitenkant ziet.
Ga voor een volledige zuigelingenvoeding die je fijn vindt, past bij je portemonnee en zonder stress kunt blijven kopen. De basis is in Europa overal veilig en goed.
Liefs,
Bobby



