Je bevalling is geen karakter test.
- Desiree Bobby

- 4 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen
Veel ouders gaan een bevalling in met het idee dat geboorte iets natuurlijks is. Iets wat het lichaam in principe kan, als je maar genoeg vertrouwt. Dat je, met de juiste voorbereiding, met ademhaling, met loslaten en met regie, invloed kunt hebben op hoe het zal verlopen.
Dat idee is begrijpelijk. Het geeft houvast in een periode waarin zoveel onzeker is. Het is ook niet vreemd dat we zoeken naar grip, naar een gevoel van richting. Zwangerschap en geboorte zijn groot, lichamelijk en intens. Het helpt om te denken dat er een sleutel bestaat, een manier waarop je het “goed” kunt doen.
Maar precies daar ontstaat ook een kwetsbare plek.
Want wanneer een bevalling anders loopt dan gehoopt, wanneer het niet vordert, wanneer pijnstilling nodig is of medische hulp onvermijdelijk wordt, ligt het gevaar op de loer dat de ervaring niet alleen medisch of praktisch wordt geïnterpreteerd, maar ook persoonlijk. Alsof er iets mis is gegaan. Alsof jij iets verkeerd hebt gedaan. Alsof je lichaam het niet kon. Alsof je niet genoeg hebt losgelaten.
Maar een bevalling is geen karaktertest. Je lichaam heeft niets te bewijzen.
En dat is een zware last om te dragen, zeker in een periode die al zo kwetsbaar is.

De mythe van het ‘sterke lichaam’
In de afgelopen jaren is er, vaak heel subtiel, een beeld ontstaan van hoe een “sterke” bevalling eruitziet.
Een bevalling die rustig blijft. Natuurlijk. Zonder pijnstilling. Zonder ingrijpen. Met vertrouwen en regie, gedragen door een soort oerkracht. Soms bijna esthetisch: een bad, zacht licht, stilte, overgave.
En zo ontstaat er, vaak zonder dat we het doorhebben, een soort ideaalplaatje. Maar dit ideaal is niet neutraal. Het vormt een onzichtbare standaard van wat een “goede” of “sterke” bevalling zou zijn.
Maar het geeft een geromantiseerd en vertekend beeld van wat bevallen werkelijk is. Het laat vooral de mooie samenvatting zien, niet de rauwe werkelijkheid eronder. Daardoor ontstaan er onrealistische verwachtingen over hoe een bevalling “hoort” te voelen of te verlopen en wat het lichaam "hoort" te doen.
Want als dit het plaatje is van een sterke bevalling, wat betekent het dan als jouw bevalling anders loopt? Als je wél angst voelt. Als je wél pijnstilling nodig hebt. Als het niet vordert. Als er medische hulp komt.
Dat betekent niet dat je lichaam tekortschiet. Soms heeft geboorte ondersteuning nodig, juist omdat natuur krachtig is, maar niet feilloos.
Toch kan het ineens voelen alsof je lichaam iets niet heeft gedaan wat het wél had moeten doen. Alsof pijnstilling betekent dat je minder hebt volgehouden. Alsof een keizersnede betekent dat je lichaam faalde.
En zo ontstaat ruimte voor gedachten als:
Waarom kon ik het niet gewoon? Waarom raakte ik in paniek? Waarom had ik hulp nodig?
Maar geboorte is geen podium waarop je moet bewijzen wat je lichaam kan.
Want hoe een bevalling verloopt, zegt niets over jouw karakter. Het zegt niets over jouw moed, jouw liefde, jouw kracht of jouw vermogen om moeder te zijn. Geboorte is geen persoonlijkheidstest. Pijn is geen maatstaf voor kracht. En juist omdat we geboorte zo snel langs die meetlat van kracht leggen, ontstaat er nog iets anders onder de oppervlakte.

Onder deze prestatiedruk ligt namelijk een diepere laag: de emotionele werkelijkheid van geboorte, met angst, pijn, twijfel en het moment waarop het je even kan overweldigen.
Veel ouders dragen vooraf al een spanning met zich mee: kan ik dit wel? Wat als ik bang word? Bevallen is tenslotte intens.
Juist daarom kan voorbereiding zo aantrekkelijk voelen. Het idee dat als je maar genoeg leert, genoeg oefent, genoeg ademt, genoeg loslaat, je de scherpe randen van die ervaring misschien kunt verzachten. Dat je minder angst zult voelen, minder paniek, minder overweldiging. Het geeft rust om te denken dat er een soort sleutel bestaat, en het is ook precies die rust die vaak zo makkelijk verkocht wordt.
Het is een lichamelijke grenservaring, en het is logisch dat je hoofd probeert te zoeken naar houvast.
Maar gevoelens laten zich niet volledig wegvoorbereiden.
Angst en pijn zijn geen teken dat er iets misgaat, maar een normaal onderdeel van een bevalling. Ze horen bij de intensiteit van wat er gebeurt, bij de overgang van zwangerschap naar geboorte, bij het feit dat je lichaam iets doet wat groter is dan je dagelijkse bestaan.
Wanneer je ergens de boodschap hebt opgepikt dat een “goede” bevalling er één is waarin je kalm blijft en in controle, kan het moment waarop je wél bang bent ineens voelen als falen.
Dan kan er een innerlijke stem ontstaan die zegt: zie je wel, ik doe het niet goed. Ik heb niet genoeg losgelaten. Ik was niet sterk genoeg.
Terwijl die gevoelens vaak precies zijn wat geboorte is. Niet omdat jij iets verkeerd doet, maar omdat dit een reis is door iets enorms.
En misschien is dat een van de belangrijkste verschuivingen die ouders mogen maken: niet
het idee dat je angst en pijn moet vermijden om het goed te doen, maar de toestemming dat ze er mogen zijn. Dat je menselijkheid niet in de weg staat van geboorte, maar er onderdeel van is.
Wat ouders eigenlijk nodig hebben
Wat veel ouders niet nodig hebben, is nóg een lijst met dingen die ze beter hadden kunnen doen. Nog een analyse achteraf. Nog een poging om een ervaring die groot en complex was terug te brengen tot een paar verbeterpunten.
Want geboorte is geen puzzel die je achteraf moet oplossen.
Wat ouders vaak wél nodig hebben, is iets veel zachters. Iets menselijkers. Toestemming.
Toestemming om bang te zijn, zonder dat angst een teken is dat je faalt. Toestemming om het niet te weten, zonder dat onzekerheid betekent dat je niet goed voorbereid was. Toestemming om hulp te vragen, zonder dat dat iets afdoet aan je kracht.
Want die twee kunnen naast elkaar bestaan. Je hoeft alleen maar mens te zijn in iets groots. En daarin mag je gesteund en gedragen worden.
Het toelaten van deze natuurlijke gevoelens is vaak een belangrijk onderdeel van hoe je later op je bevalling terugkijkt.
Niet omdat het daardoor ineens makkelijk wordt, maar omdat je jezelf niet hoeft te beoordelen terwijl je er middenin zit.
Angst, pijn, twijfel of overweldiging betekenen niet dat je faalt. Ze betekenen dat je iets groots meemaakt. Dat je lichaam en hoofd reageren op een intense overgang.
En juist wanneer je jezelf toestemming kunt geven om te voelen wat er is, ontstaat er ruimte.

En misschien is dat ook waar regie uiteindelijk echt over gaat.
Niet over het controleren van het verloop. Niet over het sturen van de uitkomst. Niet over het perfecte scenario waarin alles precies loopt zoals je hoopte.
Maar over regie nemen over je ervaring.
Over ruimte voelen om alles wat er was serieus te nemen. Om te mogen zeggen: dit was intens. Dit was groot. En dat betekent niet dat er gefaald is.
Dat je achteraf niet hoeft te verdwalen in een zoektocht naar schuld. Niet bij jezelf, niet bij je lichaam, niet bij een ander. Niet in de vraag: wat had ik anders moeten doen? Maar dat je kunt kijken met zachtheid.
Dat je jezelf kunt toestaan om het verhaal te laten bestaan zoals het was. Met alles wat mooi was, èn alles wat moeilijk was. Met trots en met rouw, met dankbaarheid en met teleurstelling. En soms allemaal tegelijk.
Niet als oordeel, maar als onderdeel van een menselijk begin.
Liefs,
Bobby


