top of page

De beste fles voor je baby.

3 feb
8 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 21 uur geleden

Wie wel eens in de schappen van de drogist kijkt, raakt al snel overweldigd door de enorme hoeveelheid babyflessen. Ze zijn er in alle soorten en maten. Voor een leek is het dan ook erg moeilijk om de verschillen te zien. En om te weten welke fles geschikt is voor jouw baby.


Niet voor niets krijg ik als kraamverzorgende dan ook zeer regelmatig de vraag: “Welke fles is het beste voor mijn baby?”


Pasgeboren baby drinkt rustig uit een flesje met slow flow speen.

Wie in de winkel naar babyflessen kijkt, raakt al snel overweldigd. Ze zijn er in allerlei soorten en maten, en merken beloven vaak dat hún fles de beste is. In de praktijk bestaat die ene beste fles echter niet. Wat goed werkt, verschilt per baby en hangt af van drinktempo, mondanatomie, alertheid en rijping in de eerste dagen.


De belangrijkste factor bij flessen is de doorstroomsnelheid (flow). Hoe sneller de melk stroomt, hoe minder controle een baby heeft. Voor pasgeborenen is een rustige, lage flow meestal het fijnst, omdat die beter aansluit bij hun nog onrijpe zuig- en slikcoördinatie. Let daarbij niet alleen op het maatje op de speen: die verschilt per merk en is vooral een richtlijn. Kijk vooral naar het drinkgedrag van je baby.


Ook speenvorm en anti-koliek systemen spelen een rol. Ze kunnen soms helpen bij rust en controle, maar zijn geen garantie tegen krampjes. Flow, houding en responsief voeden zijn vaak belangrijker dan het type ventiel.

Bobby’s fave: in de praktijk zie ik dat de fles van 120 ml met speenmaat 1 voor veel pasgeboren baby’s een fijne en veilige start is. De kleinere speen sluit goed aan bij veel baby’s en de fles is makkelijk verkrijgbaar. Ik adviseer om drie flessen in huis te hebben en twee setjes speenmaat P (preemie), zodat je het drinktempo kunt aanpassen en ’s nachts genoeg schone flessen hebt. Spoel een fles na het voeden wel meteen om met koud water. De P-speen is vaak lastig in de winkel te vinden, dus bestel die het liefst meteen online.



Hoewel merken je graag willen laten geloven dat hún fles de beste is, en sommige moeders zweren dat hun baby alleen goed drinkt uit fles X. Dat zegt op zichzelf weinig over de fles. En zeker niet dat dit dé enige juiste keuze is.

Het eerlijke antwoord is: er bestaat niet één beste fles voor alle baby’s.


De juiste fles hangt af van je baby’s drinktempo, mondanatomie, alertheid en leeftijd. Soms speelt ook mee hoe de eerste dagen na de geboorte verlopen.


Inhoud


Waarom de beste fles per baby verschilt

Baby’s drinken niet allemaal hetzelfde. Dat komt doordat er grote verschillen bestaan in:

  • Mondgrootte

  • Gehemeltevorm (hoog, smal of juist breed)

  • Tongmobiliteit en -kracht

  • Kaakstabiliteit

  • Neurologische rijping (zeker in de eerste dagen na geboorte)



Voor effectief drinken moet een baby:


  1. de speen goed kunnen omsluiten,

  2. voldoende vacuüm kunnen opbouwen,

  3. de speen ritmisch kunnen comprimeren met de tong,

  4. zuigen, slikken en ademen goed kunnen coördineren.


Lukt één van deze stappen niet goed, dan zie je signalen. Denk aan melkverlies uit de mondhoeken, “klikkende” geluiden, verslikken of hoesten. Of aan onrust, juist snel wegzakken in slaap, en lange of moeizame voedingen.


Daarom is fleskeuze altijd functioneel, niet cosmetisch.

De belangrijkste factor: doorstroomsnelheid (flow)

Wat veel ouders niet weten, is dat op bijna elke speen een aanduiding staat gedrukt. Dat kan een letter, een cijfer of een combinatie daarvan zijn, zoals:


  • P (preemie)

  • NB of 0

  • 1, 2, 3

  • S, M, L

  • soms een symbool of stipjes


Deze aanduiding zegt iets over de doorstroomsnelheid (flow): hoe snel de melk uit de speen kan stromen.

Waarom dit belangrijk is

De snelheid waarmee melk stroomt, bepaalt hoeveel controle je baby heeft. Een speen met een hoger maatje laat meestal meer melk door per zuigbeweging. Dat komt door een groter gaatje, meerdere gaatjes of een andere interne vorm.


Dat betekent:

  • lager maatje → meer controle, langzamer tempo

  • hoger maatje → minder werk, sneller aanbod


Voor jonge baby’s (en zeker voor pasgeborenen) is dat verschil enorm voelbaar.


Maatjes zijn niet gestandaardiseerd

Een belangrijk nuancepunt: een speenmaat 1 van merk A is niet automatisch even snel als maat 1 van merk B.

De variatie in flow tussen merken, en zelfs binnen hetzelfde merk, kan groot zijn. De aanduiding op de speen is dus een relatieve richtlijn, geen objectieve maat.

Daarom raad ik ouders altijd aan om niet alleen naar het cijfer te kijken. Kijk vooral naar het drinkgedrag van je baby.


  • Te snelle flow

    • melk loopt uit de mond,

    • baby hoeft nauwelijks te zuigen,

    • verhoogd risico op verslikken en onrust.

  • Te langzame flow

    • baby raakt sneller vermoeid,

    • voeding duurt erg lang,

    • baby valt weg vóór voldoende intake.


Voor pasgeborenen (zeker in de eerste dagen) is een gecontroleerde, lage flow meestal wenselijk, zodat het drinktempo aansluit bij hun neurologische rijping. Meestal is dit maat 1 of S.


Wat ik in de praktijk vaak zie

In de eerste dagen na de geboorte zijn veel baby’s:

  • nog wat slaperig,

  • motorisch onrijp,

  • bezig met leren zuigen en coördineren.


Daarom start ik in de praktijk vaak met een lage flow, bijvoorbeeld maat 1. Later schakel ik over naar een nog gecontroleerdere flow, zoals P of preemie.


Dat klinkt tegenstrijdig, maar in de praktijk zie je vaak: hoe rustiger de flow, hoe beter de organisatie van het drinken.


Bij het combineren van borst en fles is mijn doel dat de fles niet makkelijker is dan de borst. Dit wordt vaak geadviseerd om mogelijke tepel-speenverwarring te voorkomen, al is hierover geen volledige consensus.


Verschillende speenvormen:

Naast verschillen in flow, verschillen flessenspenen ook in vorm. Hieronder zet ik de meest voorkomende vormen en hun eigenschappen voor je op een rij.


Een ouder geeft een pasgeboren baby rustig een flesje met slow flow speen, met aandacht voor een ontspannen houding en paced voeden.

Smalle, ronde speen


Kenmerken

  • smalle hals

  • relatief kleine aanzet

  • vraagt actief vacuüm

Voordelen

  • goede controle over flow

  • sluit vaak goed aan bij kleine mondjes

  • geschikt voor responsief/paced voeden

Aandachtspunt

  • sommige baby’s hebben moeite om voldoende vacuüm te pakken, vooral bij lage spierspanning of bredere gehemeltes.

Een ouder geeft een pasgeboren baby rustig een flesje met slow flow speen, met aandacht voor een ontspannen houding en paced voeden.

Brede aanzet (“breast-like”)


Kenmerken

  • bredere basis

  • vraagt grotere aanhap

Voordelen

  • kan helpen bij baby’s die vacuüm verliezen op smalle spenen

  • soms minder melkverlies bij bredere mondanatomie

Aandachtspunt

  • bij kleine of jonge baby’s soms lastig aanhappen

  • “breast-like” is vooral marketing; functionele flow blijft leidend

Een ouder geeft een pasgeboren baby rustig een flesje met slow flow speen, met aandacht voor een ontspannen houding en paced voeden.

Orthodontische/afgeplatte speen


Kenmerken

  • asymmetrische vorm

  • ligt anders op de tong

Voordelen

  • kan bij sommige baby’s met hoog gehemelte prettiger liggen

Aandachtspunt

  • niet iedere baby kan hier goed afsluiten

  • geen bewijs dat dit standaard beter is voor kaakontwikkeling


Materiaal van de fles: glas vs plastic vs siliconen

Naast speen en flow speelt ook het materiaal van de fles een rol. Niet zozeer voor hoe een baby drinkt. Wel voor hygiëne, duurzaamheid en hoe het materiaal zich houdt bij dagelijks gebruik.


Glas

Pluspunten:

  • Zeer duurzaam

  • Neemt geen geur, smaak of kleur op

  • Glad oppervlak → makkelijk schoon te maken

  • Geen microkrassen waarin melk- of bacterieresten kunnen achterblijven

Minpunten:

  • Zwaarder dan plastic of siliconen

  • Breekbaar (al hebben veel glazen flessen een siliconen beschermhoes)

Plastic

Pluspunten:

  • Licht van gewicht

  • Minder breekbaar

  • Vaak goedkoper

  • Praktisch voor onderweg of opvang

Minpunten:

  • Krast sneller, ook bij normaal gebruik

  • Microkrassen kunnen geur en melkresten vasthouden

  • Moet bij zichtbare krassen eigenlijk worden vervangen

Siliconen

Pluspunten:

  • Zacht en licht

  • Breekt niet

  • Vaak minder losse onderdelen (bij sommige knijpflessen)

  • Prettig voor ouders die iets flexibels willen

Minpunten:

  • Kan geur en smaak opnemen

  • Vetfilm hecht zich makkelijker aan siliconen

  • Soms lastiger echt “schoon” te krijgen zonder grondig reinigen


Steriliseren is voor een gezonde baby niet nodig. Wassen in heet sop of in de vaatwasser is volgens het Voedingscentrum voldoende.

BPA is sinds 2011 verboden in babyflessen in de EU. Sinds januari 2025 geldt een verbod op BPA in bijna alle materialen die met voedsel in contact komen. Een fles die je nu in de winkel koopt, is dus BPA-vrij.

Verwarm de fles niet warmer dan 30 tot 35 graden. Dat controleer je met een druppel melk op de binnenkant van je pols. Dit advies staat ook bij het Voedingscentrum.


Anti-koliek flessen en ventielen: helpen ze echt?

Tot slot kom je bij babyflessen veel verschillende anti-koliek systemen en ventielen tegen. Het idee achter deze flessen is dat ze de luchtinname tijdens het drinken verminderen, wat zou kunnen helpen bij krampjes en onrust.


Wat we wél weten uit studies

  • Venting/anti-vacuüm systemen veranderen het drinkmechanisme en drukopbouw in de fles; baby’s kunnen daardoor anders zuigen.

  • Het idee dat “lucht happen = oorzaak van koliek” is niet stevig bewezen; evidence dat vented systemen koliek oplossen is laag/zwak en resultaten zijn gemengd.

  • Ingenomen lucht kan zorgen voor boeren, een opgeblazen gevoel en onrust rond de voeding. Dat kan krampachtig gedrag verergeren. Het is zelden de enige oorzaak van krampjes.


Praktische conclusie

  • Een anti-koliek fles kan soms helpen bij baby’s die veel vacuüm opbouwen, sputteren of onrustig worden door druk in de fles.

  • Maar verwacht geen wondermiddel tegen koliek; vaak is flow + houding + responsief voeden belangrijker.


De beste fles als je ook borstvoeding geeft


Als je borst én fles combineert, is het doel meestal: tempo en werk laten lijken op borstvoeding, zodat baby niet “went” aan supersnelle, moeiteloze flow.


Wat vaak het best werkt:

  • Echt slow-flow speen (en niet automatisch “maatje omhoog” omdat er maanden op de verpakking staan)

  • Responsief/paced flesvoeden (baby bepaalt tempo, pauzes zijn normaal)


Bobby's favorieten


In de praktijk zie ik dat de startfles van 120 ml is voor veel gezinnen een fijne optie om mee te starten. De kleinere speen sluit goed aan bij veel pasgeboren baby’s en de fles is makkelijk verkrijgbaar. Daarbij plaats ik wel de kanttekening om direct ook een speenmaat P (preemie) aan te schaffen, zodat je het drinktempo goed kunt afstemmen. Omdat deze P-speen in veel drogisterijen lastig te krijgen is, adviseer ik om die meteen online mee te bestellen.


Startfles van 120 ml met speenmaat 1

Goede startfles voor de meeste pasgeboren baby’s. Rustige flow en fijne controle.

Tip: 3 flessen zijn in de meeste gevallen voldoende, ook ’s nachts. Spoel een fles na het voeden wel meteen om met koud water. Afwassen kan daarna.


Babyfles van 120 ml met een speen in maat 1.

In de eerste dagen na de geboorte drinken veel baby’s goed op speenmaat 1. Naarmate hun energie en alertheid toenemen, zie je soms dat baby’s na een volledige flesvoeding nog zuigbehoefte hebben. Dat kan een mooi moment zijn om over te stappen op speenmaat P. De voeding stroomt dan rustiger, meer vergelijkbaar met drinken aan de borst. De baby heeft meer controle en de zuigbehoefte wordt beter vervuld. De melk gaat ook geleidelijker het maag-darmkanaal in. Dit kan helpen om extra speengebruik te beperken.


Losse spenen in maat P voor een langzamere melkstroom.

Extra spenen in maat P (preemie)

Langzamere flow voor rustiger drinken. Minimaliseert kans op overvoeden. Handig als extra naast maat 1.

Tip: 2 pakjes is voldoende voor 3 flessen.



Veelgestelde vragen


De doorstroomsnelheid van de speen. Een rustige flow geeft je baby meer controle en verlaagt de kans op verslikken en onrust.

Vaak is een rustige maat 1 of slow flow geschikt, maar dit verschilt per merk. Kijk vooral naar het drinkgedrag van je baby.

Soms helpen ventielen bij minder vacuüm en rustiger drinken, maar ze zijn geen garantie tegen krampjes. Flow, houding en paced voeden zijn vaak belangrijker.

Een fles met echt slow flow speen en een manier van voeden waarbij je baby het tempo bepaalt. Zo wordt de fles niet makkelijker dan de borst.

Voor veel gezinnen is drie flessen een fijne basis, ook ’s nachts. Spoel een fles na het voeden wel meteen om met koud water.


Welke fles uiteindelijk het beste werkt voor jouw baby is altijd een kwestie van uitproberen. Voor de geboorte is niet te voorspellen hoe snel je kindje drinkt. Ook niet hoe het vacuüm aansluit of welke speenvorm het prettigst voelt. En dat is oké. Je hoeft het niet meteen perfect te doen.


Liefs,

Bobby



Bronnen

Geschreven door Bobby, kraamverzorgende bij Bobby Kraamzorg. Laatst bijgewerkt: september 2026.

Bobby vindt transparantie belangrijk. Sommige links in dit artikel zijn affiliatelinks. Deze informatie is gratis en blijft gratis, voor iedereen. Bobby raadt alleen producten aan die ze ook zonder vergoeding zou aanraden, en werkt niet met sponsors. Bestel je via zo'n link, dan gaat er een kleine vergoeding naar Bobby. Zo kun je haar steunen, als je dat wilt.

bottom of page