Hoe veilig is bevallen in Nederland? De cijfers uitgelegd
Bijgewerkt op: 24 sep
Hoe veilig is bevallen in Nederland? Het is een vraag die vaak pas 's avonds opkomt, na een nieuwsbericht of een verhaal van iemand anders. Cijfers over sterfte rond de geboorte circuleren regelmatig zonder de uitleg die erbij hoort, en dan blijft vooral het getal hangen. Hieronder staan de Nederlandse cijfers op een rij. Met wat ze betekenen, en waarom ze internationaal soms ongunstiger lijken dan ze zijn.
Inhoud
De Nederlandse cijfers
Perinatale sterfte: 5,2 per 1.000 geboorten (2024). Dat is ongeveer 1 op de 190 kinderen. Het gaat om kinderen die vanaf 24 weken zwangerschap zijn geboren. En die overleden vóór, tijdens of in de eerste 28 dagen na de geboorte.
Neonatale sterfte: 2,0 per 1.000 levendgeborenen (2024). Ongeveer 1 op de 500. Dit zijn kinderen die levend geboren worden en overlijden in de eerste 28 dagen.
Moedersterfte: 6,1 per 100.000 levendgeborenen (2006-2018). Ongeveer 1 op de 16.000, oftewel gemiddeld elf vrouwen per jaar in heel Nederland.
Deze cijfers komen van VZinfo (RIVM) en Perined, de landelijke registratie van de geboortezorg. Ze zeggen iets over grote groepen, niet over één zwangerschap.
Wat de begrippen betekenen
Perinatale sterfte is sterfte rond de geboorte: vanaf 24 weken zwangerschap tot en met de eerste weken erna. Neonatale sterfte gaat alleen over levendgeboren kinderen in de eerste 28 dagen. Moedersterfte is sterfte tijdens de zwangerschap of binnen 42 dagen erna, wanneer die rechtstreeks met de zwangerschap te maken heeft.
Drie verschillende maten dus, over drie verschillende groepen. Dat ze door elkaar gebruikt worden, is een belangrijke reden waarom berichten hierover soms tegenstrijdig lijken.
Met wie vergelijken we Nederland?
Een wereldgemiddelde zegt hier weinig. Landen met een heel ander zorgsysteem, andere toegang tot zorg en andere leefomstandigheden zijn geen zinvolle maatstaf. De eerlijke vergelijking is met vergelijkbare landen: West-Europa, Scandinavië, Canada, Australië, de Verenigde Staten.
Binnen die groep zit Nederland volgens de Euro-Peristat-cijfers over 2019 in de middenmoot. Bij doodgeboorte hoort Nederland tot de betere helft; bij neonatale sterfte is de positie minder gunstig. Tussen 2010 en 2015 verbeterde de Nederlandse positie duidelijk, daarna bleef die stabiel.
Waarom de Nederlandse cijfers soms slechter lijken
Hier zit het belangrijkste misverstand. Landen tellen niet vanaf dezelfde zwangerschapsduur. Voor internationale vergelijkingen wordt meestal een grens van 28 weken gehanteerd, terwijl Nederland de cijfers vanaf 24 weken registreert.
Dat verschil is niet klein. Sterfte tussen 24 en 28 weken gaat om ongeveer 17 procent van alle doodgeboorten. Een land dat vanaf 24 weken telt, neemt een groep mee die elders buiten beeld blijft. Juist de groep waarin extreme vroeggeboorte de grootste rol speelt.
Volledig tellen betekent niet minder veilig. Het betekent preciezer registreren. Wie twee landen vergelijkt, moet daarom eerst weten welke grens er is gebruikt.
Wat er de afgelopen jaren is veranderd
De perinatale sterfte daalde tussen 2010 en 2015. Sindsdien ligt hij redelijk stabiel rond de 5 per 1.000, met in 2023 een uitschieter naar 5,7. Zulke schommelingen tussen jaren horen bij relatief kleine aantallen en zeggen op zichzelf weinig over een trend.
Bij moedersterfte is de daling groter: van 12,1 per 100.000 in de periode 1993-2005 naar 6,1 per 100.000 in 2006-2018. Dat is ongeveer een halvering.
Waar de zorg het verschil maakt
Achter die cijfers zit een systeem dat op een paar punten sterk is. Zwangeren worden vanaf het begin gevolgd door een verloskundige. Er is 24 uur per dag verloskundige zorg beschikbaar. En er zijn duidelijke afspraken over de overdracht van de eerste naar de tweede lijn.
Daarnaast is de kraamzorg in de dagen na de bevalling uniek voor Nederland. Een kraamverzorgende kijkt thuis mee naar temperatuur, voeding, kleur en gedrag. Zij ziet afwijkingen vaak eerder dan wie ook, en weet wanneer er gebeld moet worden. Hoe vaak ingrepen tijdens de bevalling voorkomen en wat ze betekenen, staat bij medische ingrepen tijdens de bevalling.
Wat dit betekent als je zwanger bent
Cijfers gaan over groepen. Ze kunnen je vertellen hoe de zorg in een land presteert, maar ze voorspellen niets over jouw zwangerschap. Wat voor jou telt, is wat er in jouw situatie speelt, en dat is precies waar je verloskundige of gynaecoloog voor is.
Als je merkt dat je veel met deze vragen bezig bent, zeg dat dan bij een controle. Die zorg is er ook voor de spanning, niet alleen voor de metingen. En als je thuis wilt bevallen en je afvraagt wat dat betekent, geeft thuis bevallen daar praktische informatie over.
Wat de zorg kost en wat je verzekering vergoedt, staat bij de zorgverzekering rond zwangerschap.
Veelgestelde vragen
Is thuis bevallen in Nederland veilig?
Thuis bevallen is in Nederland een gangbare en verantwoorde keuze. Dat geldt bij een zwangerschap zonder verhoogd risico, met een verloskundige erbij en een ziekenhuis binnen bereik. Je verloskundige beoordeelt of het in jouw situatie past; dat oordeel kan tijdens de zwangerschap veranderen.
Waarom hoorde ik vroeger dat Nederland slecht scoorde?
Rond 2003 en 2010 verschenen Europese vergelijkingen waarin Nederland ongunstig uitkwam. Dat leidde tot veel onderzoek en tot aanpassingen in de geboortezorg, en tot de daling die daarna zichtbaar werd. Een deel van het verschil bleek bovendien te komen door de manier van registreren.
Is bevallen in het ziekenhuis veiliger dan thuis?
Bij een zwangerschap zonder verhoogd risico laten de Nederlandse cijfers geen groter risico zien bij een thuisbevalling met een verloskundige erbij. Bij een verhoogd risico is het ziekenhuis de veilige plek. Je verloskundige beoordeelt in welke groep jij valt, en dat oordeel kan tijdens de zwangerschap veranderen.
Onderbouwd vertrouwen
Er is een verschil tussen gerustgesteld worden en begrijpen waar je naar kijkt. Het eerste houdt zelden stand, het tweede wel. De Nederlandse cijfers laten zien dat bevallen hier veilig is. En tegelijk dat er dingen zijn waar de zorg aan werkt. Allebei waar.
En ergens tussen die percentages en promilles door ligt straks een kind op je borst. In een kamer waar het even helemaal stil is.
Liefs,
Bobby
Bronnen
VZinfo - Sterfte rond de geboorte (RIVM) - perinatale en neonatale sterfte, cijfers 2024
VZinfo - Moedersterfte - moedersterfte 2006-2018
VZinfo - Internationale vergelijking - Euro-Peristat en het verschil tussen 24 en 28 weken
Perined - Kerncijfers - de jaarlijkse kerncijfers van de geboortezorg
CBS - Overledenen; kerncijfers - perinatale sterfte en zuigelingensterfte, reeks vanaf 1950
Geschreven door Bobby, kraamverzorgende bij Bobby Kraamzorg. Laatst bijgewerkt: september 2026.



